Mijn Zaak Zoetermeer KRANT NR 3 - SEPTEMBER 2021

WIL KEULERS

Box 3 en gebruikelijke loon DGA, twee actualiteiten deze keer...

DGA’s
Over de minimale grootte van het gebruikelijk loon, dat DGA’s die arbeid verrichten voor hun BV’s verplicht moeten nemen, is vaak gesteggel, vooral als zelfs de standaard € 47.000 al te hoog is en de BV verlies lijdt. De regels, die voorschrijven dat 75% van een vergelijkbare dienstbetrekking of tenminste het loon van de meest verdienende werknemer moet worden aangehouden, maar minimaal € 47.000, zijn door de rechter op hun plaats gezet. Als een BV structureel verlies lijdt en/of de BV komt in de financiële gevarenzone, dan kan het loon dat “gebruikelijk” is, lager zijn. Bij verlieslijdende BV’s of BV’s, die nog wel winst maken maar die liquiditeitsproblemen hebben of moeite hebben met de zogenaamde “balanstest” die voor dividenduitkeringen geldt, loont het de moeite om nog eens naar het verplichte gebruikelijk loon te kijken, vooral als er ook andere box 1 inkomstenbronnen zijn, zoals pensioen, winst of resultaat overige werkzaamheden. Een stille maatschap met je eigen BV, dus helemaal geen loon meer, kan ook nog worden overwogen, al zitten daar de nodige haken en ogen aan.

SPAARDERS EN EIGENAREN VAN  VERPACHTE LANDBOUWGROND
Voor spaarders en eigenaren van niet zo goed renderend onroerende zaken, zoals verpachte landbouwgrond, is er weer een beetje meer licht in de box 3 duisternis. Het was al duidelijk dat als er geen of heel weinig inkomen is en het vermogen dreigt te worden uitgehold door de belastingheffing in box 3, dit als een buitensporige en onevenredig zware last kan worden beschouwd, die in strijd is met door EVRM beschermde burgerrechten. De belastingheffing moet dan worden gematigd. De Hoge Raad heeft dit nu recent uitgebreid. Niet alleen een inkomen in box 1 beneden de armoedegrens telt, de gehele individuele financiële situatie van een box 3-plichtige moet in aanmerking worden genomen bij het beoordelen of er sprake is van een buitensporige last. Namens de belastingplichtige was gesteld dat de wetgever niet heeft beoogd om met de box 3 heffing een belastingplichtige te laten interen op zijn vermogen, als toch wordt ingeteerd op het vermogen, kan dat een indicatie zijn dat er sprake is van een buitensporige last. De Hoge Raad volgde dit argument, omdat het nog niet onderzocht was door Belastingdienst en volgens de rechter moet dit alsnog gebeuren voor deze belastingplichtige.

Alle kostenvoordelen van collectieve beroepen ten spijt zullen dus de voor iedere belastingplichtige specifiek aan de orde zijnde feiten en omstandigheden doorslaggevend zijn, collectief bezwaar en beroep met algemene argumenten heeft niet veel zin.

Voor verpachters met landbouwgrond in box 3, die in het hoogte tarief vallen, is aan de orde dat de rendementswaarde veel lager is dan de 60% normwaarde voor box 3.  Niet klakkeloos volgen dus. Wat voor bedrijfsopvolgers in het schenk- en erfbelasting geldt, kan ook in box 3 gelden. Wellicht dat in de aangifte de waarde maar eens naar beneden moet worden bijgesteld.

WIJNKAMP & KEULERS
Baron de Coubertinlaan 6
2719 EL Zoetermeer
079 - 342 85 55
wijnkamp@keulers.nl
www.keulers.nl

Correspondentieadres:
Postbus 289
2700 AG Zoetermeer

Het telefoonnummer van de advocatenlijn is 06 - 124 125 93.